Tot en met 13-03-2017 zijn er
145
lammetjes geboren

Agenda:

26-11-2017
Veluwse Midwienterhoornbloazers
(Schaapskooi e.o.)
24-12-2017
Veluwse Midwienterhoornbloazers
(Omgeving Schaapskooi)
06-01-2018
Veluwse Midwienterhoornbloazers
(Schaapskooi e.o.)
17-03-2018
Lammetjesdag
(Schaapskooi)

Schaapherders goede metereologen maar 'niet ontwikkeld'

De schaapskudde Epe-Heerde mag dan 60 jaar bestaan, 200 jaar geleden liepen er ook al kuddes in die omgeving.

In het begin van de negentiende eeuw wilde Herman Daendels, een patriottengeneraal van de Bataafse republiek, de heide ontginnen en daarvoor zette hij schapen in. Hij liet zelfs een huis bouwen voor zijn herder. In het midden van die eeuw werd weerkundige Buys Ballot eigenaar van het gebied en ook hij maakte gebruik van schaapskuddes.

Dit deel van de Veluwe was één groot heidegebied waar vele duizenden schapen liepen. De heideplaggen werden in de potstallen gebruikt als strooisel voor het vee. Plaggen vermengd met mest werden daarna als meststof op de akkers gebracht. Door het voortdurend plaggen van de hei ontstonden op veel plaatsen stuifzanden en door de komst van betaalbare kunstmest in het begin van de vorige eeuw werden schapen min of meer overbodig als leveranciers van mest. Ze werden vanaf die periode voornamelijk voor de wol en het vlees gehouden.

Blijkens een ingezonden stuk in een Amsterdamsche Courant van februari 1890 hadden schaapherders in die tijd een betere kijk op het weer dan weerkundige Buys Ballot. De befaamde metereoloog maakte een wandeling over de heide en kwam een schaapherder tegen, die hem adviseerde een beetje in de buurt te blijven omdat hij een zware regenbui verwachtte. Buys Ballot keek naar de strak blauwe lucht en wandelde schouderophalend verder.

‘Nog geen kwartier voortgewandeld hebbende, begon plotseling de lucht te betrekken, zware wolken kwamen van alle kanten opdagen, en in een oogwenk was onze professor zoo nat als een poedel.’

De weerkundige vroeg zich vertwijfeld af hoe het kon dat de herder dat wel en hij dat niet had voorzien. Hij zocht hem weer op, verontschuldigde zich ‘zoo’n welgemeenden raad in de wind te hebben geslagen’ en vroeg waarop de herder zijn voorspelling gebaseerd had.

‘Neen, mijnheer, dat zeg ik niet.’

‘Professors nieuwsgierigheid werd geprikkeld, zóó zelfs, dat hij den man tien gulden voor zijn geheim bood. Nu, dat werd aangenomen, en professor ging over de brug en was ten toppunt van geluk.

‘Nu, mijnheer’, zei de herder, ‘ziet u daar dat zwarte schaap?’

’Ja.’

’Wel, als dat dan zóó’- hier maakte hij met zijn vinger zijwaartsche slingeringen – met zijn staart doet, dan krijgen we altijd vast regen.’ De weerkundige droop letterlijk af.

Toch had lang niet iedereen een hoge pet op van schaapherders. Een verslaggever van het Algemeen Handelsblad nam hier in 1888 een kijkje en schreef onder meer: ‘Een gesprek met den herdersknaap, wiens door de zon gebruinde wangen en verweerd pak er zoo schilderachtig uitzien, schiet niet op. Slechts onverstaanbare klanken krijgt men ten antwoord op zijn vragen, en eerst door het verschijnen van den sigarenkoker komt er eenig leven op het gelaat. ’t Zijn niet de slimsten, die met de schapen worden uitgezonden; en dag in dag uit op de hei zitten, met geen andere bezigheid dan te zorgen, dat de kudde bij elkaar blijft en voldoende voedsel vindt, is niet bijzonder ontwikkelend. Is het wonder, dat de schrandere honden meer de aandacht trekken dan hun baas. Trouwere plichtsbetrachting en grootere gehoorzaamheid dan den herdershonden aan den dag leggen is schier ondenkbaar.’

Ook begin vorige eeuw dwaalde er een herder met zijn kudde, getuige een lyrisch verhaal over het toeristendorp Epe in de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant van 7 december 1935: ‘In de nabijheid liggen de Renderklippen boogsgewijze verstrooid, en de eenzame heide, waar nog de scheper zijn kudde hoedt.’

Het is met dat deel van de geschiedenis in het achterhoofd dat de toenmalige burgemeester Diepenhorst van de gemeente Epe deed verlangen naar de komst van een schaapskudde op de Renderklippen, waarvoor hij bij zijn afscheid in 1954 de aanzet gaf.