Het is 1956. Er wonen 10 miljoen mensen in Nederland, veel huizen hebben geen douche, een auto is voor veel mensen volstrekt onbereikbaar, een koelkast, stofzuiger, telefoon en wasmachine zijn typische luxe-artikelen, op de weinige televisies zijn een paar uur per dag zwartwit beelden te zien, op school staan de leerlingen respectvol op als de meester binnenkomt en Willem Drees is premier. En op de Renderklippen in Epe en Heerde graast sinds 6 augustus een schaapskudde. Onze schaapskudde.
In de afgelopen zeventig jaar is de wereld ingrijpend veranderd. De maatschappij ontwikkelde zich, het landschap veranderde en ook ons dagelijks leven kreeg een ander gezicht. Onze schaapskudde is in een aantal opzichten een levend monument van hoe het leven zeventig jaar geleden was. Elke dag trekt ze er op uit om de heide te begrazen. Een herder en hond(en) begeleiden haar. Als ze thuis komen, overnachten de schapen ’s zomers in een weiland en ’s winters in de schaapskooi die zeventig jaar geleden werd gebouwd van hout uit de omringende bossen. In het begin van de zomer worden ze nog altijd op dezelfde manier van hun warme vacht verlost als toen.
Toch stond de tijd niet in alle opzichten stil, zo laat deze bescheiden terugblik met – deels unieke – beelden zien.
Een stabiele factor voor onze kudde is de man die aan het roer er van staat. Al ruim 60 jaar wordt de kudde (be)geleid door een Niesing: van 1965 tot 1996 door Teun, die in 2015 is overleden en sinds 1996 door zijn zoon Lammert, die dus bijna even lang als zijn vader in dienst is van de Stichting Schaapskudde Epe-Heerde. In onderstaande fotomontages zijn beiden in één beeld vastgelegd, alsof ze samen aan het werk zijn.


Maar als de schapen er oog voor zouden hebben, zouden ze gezien hebben dat hun begeleiders toch veranderden. De herders hadden weliswaar vrijwel altijd een stok (de kluutschuppe, waarmee ze kluiten grond naar schapen kunnen gooien) bij zich, maar qua uiterlijk en kleding (en vooral schoeisel!) veranderden ze wel in de loop der jaren. Ook kregen de schapen gaandeweg met een ander type hond te maken. Vroeger luisterden de meeste schaapshonden nergens naar en moesten ze meestal aan de lijn blijven, maar met de komst van Lammert Niesing kwam daar een einde aan. Hij laat het meeste werk doen door – door hem zelf – goed getrainde border collies, die de kudde ‘sturen’ en zorgen dat er geen achterblijvers zijn. Maar nu we kuddebewakingshonden hebben, heeft ook hij de handen niet meer vrij.









De jaarlijkse knipbeurt van de schapen evolueerde eveneens. In de eerste jaren kwamen de scheerders naar de schaapskooi. Het gebeurde zelfs wel eens dat er geen ruchtbaarheid aan werd gegeven omdat er anders ’te veel volk’ op af zou kunnen komen. Maar al tientallen jaren is het scheren van de schapen een echt dorpsfeest, beurtelings in Epe en Heerde, waar tot vreugde van de organisatoren duizenden mensen op af komen. Enige uitzondering was tijdens de coronaperiode, toen de dieren met elektrisch gereedschap en zonder publiek weer bij de schaapskooi werden geschoren. In alle andere jaren gebeurde het scheren nog ouderwets met de hand, met het knipmes, zoals dat 69 jaar geleden begon. (De oude foto’s zijn 68 en 69 jaar geleden – in zwartwit – gemaakt.)








Zelfs de Renderklippen ziet er anders uit dan decennia geleden.


Nog één opvallend onderwerp. Op 15 oktober 1966 verscheen dit bericht in het toenmalige Noord Veluwsch Dagblad:

Aanleiding was een voorstel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Epe om onze stichting een subsidie van 2114,57 gulden toe te kennen, om te voorkomen dat de kudde de kans zou lopen om te verdwijnen. De schaapskudde bleef, maar de hooimijt verdween toch en maakte uiteindelijk plaats voor een mooie schuur, waarin in de lammertijd ook ‘moeders en kinderen’ worden ondergebracht.





